​In juni 2024 zette Vervoerregio Mechelen, via streekintercommunale IGEMO, een regionaal deelfietssysteem op met 360 fietsen verdeeld over ongeveer 100 hubs in 12 gemeenten, met de steun van de Vlaamse Overheid. Sindsdien groeide het gebruik sterk. Anderhalf jaar na het startschot, werden de fietsen ongeveer 53.000 keer ontleend, goed voor zo’n 235.000 gefietste kilometers, bijna zes keer de aarde rond. Daarmee is het een voorbeeld van wat grootschalig en regionaal fietsdelen kan betekenen.

Recent verscheen een Europees-breed rapport — EIT Urban Mobility (in samenwerking met Cycling Industries Europe). Dat levert cijfers over de maatschappelijke waarde van de publiek toegankelijke fietsen. Wij stellen vast dat de lessen uit het regionale deelsysteem in Mechelen en de pan-Europese data elkaar bevestigen: Mechelen illustreert wat het rapport bepleit.

​Breed bereik en connectiviteit over gemeentegrenzen heen

​Een van de belangrijkste “hefbomen” volgens het EIT Urban Mobility-rapport is “territorial expansion”. Dat betekent dat fietsdelen de lacunes van andere vervoerswijzen moet opvullen door over stads- en administratieve grenzen heen te gaan. In Mechelen werd deze strategie meteen toegepast: deelfietsen staan niet enkel in de kernstad, maar over 12 gemeenten — van Berlaar tot Duffel, van Bornem tot Putte, en alles daartussen. Het regionaal fietsdelen werkt ook over de grenzen van de aangrenzende twee Vervoerregio’s heen: tot in Antwerpen en het Waasland.

Op die manier hebben pendelaars, inwoners van randgemeenten, studenten, werkenden of bezoekers van kleinere gemeenten — niet enkel stadsbewoners — toegang tot duurzame mobiliteit. Het systeem maakt de regio als geheel bereikbaarder en biedt een duurzaam alternatief op regionaal niveau.

Flexibiliteit & “back-to-many” — een systeem dat leven weerspiegelt

Het regionaal fietsdelen in de Vervoerregio Mechelen biedt een “back-to-many” hub-netwerk. Je hoeft de fiets dus niet terug te brengen naar waar je hem haalde, maar kan hem afzetten op eender welke hub in de regio. Die flexibiliteit is cruciaal om fietsen aantrekkelijk te maken voor echte verplaatsingen — niet enkel recreatief, maar woon-werk, wonen-school, winkel, vrije tijd, enzovoort.

Daarnaast is de kostprijs democratisch: al vanaf ongeveer 1,80 € voor een gewone fiets en 3 € voor een elektrische. Dat maakt het aantrekkelijk voor een brede groep gebruikers — jong, oud, met of zonder eigen fiets/auto — en verlaagt de drempel om écht over te stappen op deelfietsen.

​Duurzaamheid, gezondheid, kostenbesparing: maatschappelijke meerwaarde

Het EIT-rapport berekent concrete maatschappelijke baten van fietsdelen in Europa. Zo wordt jaarlijks ongeveer 46.000 ton CO₂-uitstoot vermeden, luchtvervuiling verminderd, er zijn miljoenen euro’s aan gezondheids- en productiviteitswinst, en mobiliteitskosten kunnen tot 90% lager liggen dan met de auto.

Voor de regio Mechelen — met tientallen duizenden kilometers per jaar gefietst — betekent dit dat dit initiatief niet enkel praktisch is, maar ook bijdraagt aan klimaat, gezondheid en betaalbaarheid. Elke inwoner of pendelaar die ten minste af en toe de deelfiets gebruikt in plaats van de auto daargt bij tot een aanzienlijke klimaatimpact en maatschappelijke winst.

Efficiënt beheer en schaalvoordelen dankzij regionale samenwerking

IGEMO merkt zelf op dat regionaal fietsdelen schaalvoordelen oplevert: onderhoud, herstel en onderdelen kunnen gecentraliseerd gebeuren in enkele ateliers — wat kostenefficiëntie en betere service mogelijk maakt.

Bovendien zorgt één gedeeld systeem voor duidelijkheid en eenvoud: gebruikers hoeven niet per gemeente of per aanbieders te leren werken met uiteenlopende systemen. Eén app, één netwerk, één prijsstructuur — dat vergroot de aantrekkelijkheid.

​Wat leert Mechelen — én wat kan beter?

Het feit dat regionaal fietsdelen in Vervoerregio Mechelen al 53.000 ontleningen telde in het eerste anderhalf jaar toont aan dat er reële vraag is. Vooral korte ritten domineren: de mediane ontlening ligt rond 21 minuten, de gemiddelde afstand ervan is ongeveer 4 km. Dat past in de visie van het systeem: niet om lange tochten te vervangen, maar om de eerste of laatste kilometers te overbruggen — bv. van station naar werk, school, winkels of Hoppin-punt.

Toch is er “marge voor groei”. Uit het rapport halen we de volgende lessen voor het fietsdelen in de Vervoerregio Mechelen:

  1. Vergroot de hub-dichtheid en breid het netwerk strategisch uit
    Zorg voor nog meer hubs op logische overstappunten (stations, Hoppin-punten, schoolomgevingen en bedrijventerreinen). Extra deelfietsen verkorten de wandelafstand naar een deelfiets en verhoogt het dagelijks gebruik aanzienlijk.
  2. Versnel de elektrificatie en optimaliseer de vlootsamenstelling
    Uit internationale en regionale data blijkt dat elektrische deelfietsen een hogere gebruiksfrequentie hebben en langere trajecten aantrekkelijker maken. Een groter aandeel e-fietsen in de regio ondersteunt pendelaars én maakt het systeem relevanter voor inwoners van buitenkernen.
  3. Zet sterker in op integratie met openbaar vervoer en regionale communicatie
    Koppel het deelfietsaanbod nog zichtbaarder aan treinen, bussen en Hoppin-infrastructuur. Combineer dit met gerichte communicatiecampagnes per doelgroep (pendelaars, scholieren, bedrijven, recreanten) om latent potentieel te activeren.

​Waarom Mechelen een goed voorbeeld is

​De keuze voor regionaal fietsdelen — over gemeentegrenzen heen, met gedeeld beheer, één app, back-to-many hubs en zowel gewone als elektrische fietsen — maakt het deelfietsaanbod toegankelijk, flexibel én schaalbaar. Tegelijk toont de groei in gebruik en de combinatie met openbaar vervoer dat de deelfiets geen aangename extra is, maar een strategisch instrument voor duurzame, inclusieve mobiliteit.

Het samenvallen van de lokale verwezenlijkingen (Vervoerregio Mechelen) met de internationale analyse (EIT-rapport) toont: fietsdeelsystemen zijn geen klein experiment meer — het zijn kernonderdelen van de mobiliteit van de toekomst. Voor regio’s die nadenken over mobiliteitsbeleid is het een sterk argument om niet fragmentair per stad te werken, maar regionaal samen te werken.

Voor de Vervoerregio’s betekent dat: verder inzetten op uitbreiding, bekendmaking, integratie met Hoppin-punten en OV-knooppunten, onderhoud en samenwerking — om het gedeelde mobiliteitsnetwerk te versterken. En tegelijk: inzetten op duurzame mobiliteit, betaalbaarheid, gezondheid en leefbare omgeving.

Deelfiets