Duffel-het verhaal van Clementine

Tachtig jaar geleden werd ons land geteisterd door de Tweede Wereldoorlog. Ook op onze regio drukte de oorlog zijn stempel. Nog maar enkelen kunnen de verhalen navertellen. Vier journalistiek- en videostudenten van de Thomas More hogeschool gingen op zoek naar verborgen oorlogsverhalen in onze regio. In woord & beeld brengen ze lokale getuigenissen, onbekend bij het grote publiek.

De jongste verzetsvrouw van ‘Het Geheime Leger’

Clementine Van Houdt (94) was slechts vijftien toen ze haar eigen leven op het spel zette door zich aan te sluiten bij “Het geheime leger’” in Duffel tijdens WOII.  De reden? Naar eigen zeggen was ze een fiere Belgische en was het vooral haar toekomstig schoonvader Albert Van Hoof die haar meetrok in de verzetsbeweging. Vandaag is Clementine die trotsheid nog lang niet kwijt en zou ze zo opnieuw haar leven geven voor de goede zaak en België. De jongste verzetsvrouw van Duffel vertelt haar verhaal.

1940

De vijftienjarige Clementine verblijft in pensionaat “Les soeurs de Marie” in Glons tussen Tongeren en Luik, om haar Frans te verbeteren. Vader Henri Van Houdt en moeder Anna Hellemans wonen op dat moment in Duffel. In 1940 is het officieel oorlog: er wordt hevig gevochten aan het Fort Eben-Emael dat de Duitsers na achttien dagen veroveren. Er breekt paniek uit in het pensionaat: de oorlog komt nu wel heel dichtbij. Alle meisjes pakken hun koffers en vluchten. In haar lichtblauwe uniform vlucht Clementine, samen met haar vriendinnen en haar moeder, die een dag eerder aangekomen was om haar te halen. Ze slagen erin een lift te bemachtigen met een munitiecamionette, maar ze moeten voorzichtig zijn: ‘Rijd gerust mee’, vertellen ze hen, ‘maar als we stoppen moet ge eruit springen en gaan lopen.’

Enkele uren later komen Clementine en haar moeder aan in het Ter Kamerenbos in Brussel waar op dat moment Engelse soldaten gestationeerd zijn. De vogeltjes fluiten, alles is er rustig en vredig. De oorlog lijkt ver weg. In Brussel centraal nemen moeder en dochter de trein huiswaarts. Als ze in Mechelen aankomen hoort Clementine de schoolbel rinkelen. ‘Het verschil was groot’, vertelt ze. ‘Bij ons in het pensionaat was de oorlog al bezig en heerste er paniek. Hier wandelden de kinderen rustig de school uit. Als we dan eindelijk in Duffel waren, was alles er heel normaal. Alsof er enkele kilometers verderop geen oorlog bezig was.’

Een tweede vlucht

Maar al snel verspreidt de oorlog zich over het hele land en uiteindelijk moet ook Duffel evacueren. De bommen op de Voogdijstraat vormen een noodsignaal en vluchten lijkt voor velen de veiligste oplossing. Ook het gezin Van Houdt besluit te vertrekken, voor Clementine en haar moeder al de tweede keer. Met paard en kar trekken ze naar Mechelen, waar ze enkele dagen in een klooster verblijven. Daarna wandelen ze verder naar Gent waar ze onderdak krijgen van een familielid. Maar niet iedereen vlucht. In Duffel besluiten twee mensen, desondanks de zware bombardementen, te blijven. Een beslissing die hen het leven zou kosten.

Als enkele weken later België officieel in Duitse handen valt, lijkt het grootste gevaar geweken. Het gezin Van Houdt besluit terug huiswaarts te keren en te kijken wat er van hun oorspronkelijke “thuis” nog overblijft. De sporen van de oorlog worden hen meteen duidelijk als ze hun woning binnenstappen: ‘Alles was geplunderd, de kasten stonden open en overal waar je keek lag suiker’, vertelt Clementine. Maar oorlog of niet het leven gaat verder. Ook onder Duitse bezetting probeert iedereen zijn normale leven te hernemen. Clementine keert terug naar het pensionaat, waar ze haar haar niet zo graag zagen komen. ‘De rijke dochters van de hoveniers en boeren konden zich het wel permitteren om daar te blijven, die kregen genoeg eten. Maar ik kwam met mijn bonnetjes niet toe en had geen andere keuze. Ik moest naar huis waar ze tenminste voor eten konden zorgen.’ Ze gaat vanaf dan naar de middelbare school “Sint-Anna” in Duffel. Maar het leven is niet als ervoren: ‘ Door de avondklok was ‘s avonds alles pikdonker. En er was amper iets te eten en we moesten leven van rantsoenering. Gelukkig kregen we op school af en toe manden met vijgen van andere landen.’

Het geheime leger

Al snel splitst België zich in twee groepen: de witte en de zwarte, de goeie en de slechte, de weerstand en de collaborateurs. Clementine zit bij de Gidsen en bij het Het Rode Kruis der Jeugd samen met Victor Van Hoof, de jongen waar ze toen verkering mee had. Haar schoonvader Albert Van Hoof is één van de kopstukken van de verzetsbeweging “Het geheime leger” in Duffel en het duurt niet lang voor ook Clementine zich aansluit: ‘Ik ben altijd al een fiere Belg geweest. Dus voor mij was het een logische keuze om bij het verzet te gaan.’

Vanaf 1942 rekruteert The Army Secret het meeste leden. Onder het alibi “kaartspelen” komen ze regelmatig samen in “het Volkshuis” en café “Het Sterreke”, dat de ouders van Clementine op dat moment uitbaten. ‘Het volkshuis had twee verborgen kelders, daar luisterden we naar de Engelse radio.’  Tijdens WOII was alle niet-Duisgezinde pers verboden, daardoor startten heel wat verzetsbeweging in het geheim een krantje met nieuws over o.a. de geallieerden. Clementines taak was het maken en verspreiden van die sluikpers. Tijdens de middagpauzes op school typt ze “vlugschriften” of verzetspamfletten uit. Zuster Angelica, die ook bij het verzet is, helpt haar daarbij. Dat is niet altijd makkelijk, aangezien er ook heel wat Duitsgezinde zusters op school rondlopen. Na de schooluren zorgt Clementine samen met haar goede vriend Mon Nackaerts voor de verspreiding van de vlugschriften. ‘Wij brachten de sluikpers rond met onze fietskes, helemaal naar Lier zelfs. Omdat wij zo jong zagen we er niet verdacht uit. We waren immers maar kinderen.’ Buiten de sluikpers helpt “Het geheime leger” ook geallieerde piloten, onderduikers en Joden. Want in Duffel worden de meeste Joden opgepakt en afgevoerd naar de Dossinkazerne in Mechelen. Albert en Zuster Angelica slagen er in enkele Joodse vrouwen en kinderen te verstoppen in de Duffelse psychiatrie. Het verzet redde hun leven, want deze Joden werden nooit ontdekt.

Twee jaar later

Albert Van Hoof zit bij de kapper als hij een telefoontje krijgt: iemand heeft hem verklikt. Maar in plaats van meteen onder te duiken zoals ze hem aanraden, gaat hij naar huis en wandelt hij recht in de armen van de Gestapo. Hij weet op dat moment zeker dat als hij zou vluchten, zijn gezin daar de prijs voor zou betalen. Ze arresteren hem meteen. ‘Wie nog?’’, vragen ze hem terwijl ze hem met veel geweld vasthouden. Hij antwoordt: ‘Ik. Ik. Ik. Ik alleen ben verantwoordelijk voor Duffel.’ Zelfs onder foltering verraadt Albert niemand. Samen met 26 andere verzetsmannen van Lier wordt hij opgepakt en geklasseerd als “Nacht Und Nebel” gevangene. Nog drie brieven ontvangt zijn familie van hem voor ze hem naar verschillende concentratiekampen voeren en al het contact verbroken wordt.

Ondertussen studeert Clementine af in het middelbaar. Op achttienjarige leeftijd wil ze niets liever dan verder studeren, maar in tijden van oorlog is elke cent nodig. Nobel kiest ze ervoor een job te zoeken zodat ze het gezin mee kan onderhouden. Ze neemt vanaf dan elke dag de trein naar Antwerpen om te werken in een immobiliënkantoor. ‘In die sector was er natuurlijk veel werk tijdens de oorlog. Elke maand verkochten we zeker dertig huizen, vaak van arme mensen die het geld nodig hadden om te overleven. En de rijken, die profiteerden daarvan en kochten alles op.’ Er vinden dagelijks razzia’s plaats in Antwerpen, Clementine herinnert zich dit nog helder: ‘Verschillende jongens werden gedwongen in een rij te gaan staan. Hun papieren werden gecontroleerd en velen werden opgepakt. Op een dag wandelde ik naar huis en zag ik dat Victor ertussen stond. Gelukkig is hij kunnen vluchten en onderduiken.’ Ondertussen volgen Guillome Colin, een politieagent en August Goosens, een gemeenteontvanger, Albert op als hoofd van “Het Geheime Leger”. Maar na het verraad komen de taken van het verzet op een laagje pitje te staan. De angst om verklikt te worden is wederom groot. Tegen het einde van de oorlog duikt Victor onder.

1944: Weerstanders van het laatste uur

Een collectieve actie van verschillende gewapende verzetsgroepen uit de regio zorgen ervoor dat de haven van Antwerpen vlak voor de bevrijding niet gebombardeerd wordt. De geallieerden kunnen zo via deze weg België binnenvallen. Op 17 mei is Duffel officieel bevrijd: de geallieerden rijden binnen met hun tanks en er volgt een feestelijke stoet. Maar niet iedereen is in feeststemming. Velen waren bang en verdrietig, net zoals Clementine en haar gezin: ‘Overal kwamen soldaten en verzetslui thuis, maar onze va niet. We zijn overal naartoe gereden waar we dachten dat hij misschien was. Maar we vonden hem niet en begonnen het ergste te vrezen.’  Meteen daarop volgt een periode van woede: de pro en contra treden met elkaar in conflict. Velen onder hen sloten zich vlak voor het einde van de oorlog nog snel aan bij het verzet om zichzelf veilig te stellen, de zogeheten “Weerstanders van het laatste uur”. De huizen van collaborateurs worden geplunderd: alles wordt er uit gegooid en in brand gestoken. ‘Het waren vreselijke tijden. Iedereen profiteerde van de situatie en er werden afrekeningen gemaakt. De collaborateurs werden onmenselijk behandeld. Vaak waren het diegene die helemaal niet zo veel hadden gedaan tijdens het verzet die de ergste dingen deden. Het was oneerlijk: niet alle collaborateurs deden even veel fout. Er waren heel wat mensen die uit noodzaak een job aannamen van de Duitsers, omdat ze anders in armoede moesten leven. De dingen die toen gebeurd zijn waren verschrikkelijk.’

Pas maanden later krijgt het gezin bericht dat hun vader Albert Van Hoof, op 26 december 1944 in het concentratiekamp Dachau is overleden. Zijn verrader heeft daar nooit de gevolgen van gedragen. ‘Eugene Dir, de man die onze va en de 26 anderen Lierenaren heeft verklikt, was ter dood veroordeeld. Maar na een aantal jaren was de vraag om amnestie groot en is hij dus vrijgekomen. Hij heeft daarna een succesvolle carrière opgebouwd als zakenman in Wallonië. Dat is helaas het verhaal van veel van de kopstukken onder de collaborateurs. De periode die volgde was heel zwaar. En nu herhaalt de geschiedenis zich en willen ze België weer opsplitsen. Soms vraag ik mij af: “Va toch, al die mensen hebben hun leven gegeven voor België, maar waarom eigenlijk? Wij worden gewoon vergeten.” Maar uiteindelijk moest het nu nog eens gebeuren, dan zou ik het zo terug doen. Dan zou ik zo terug mijn leven geven voor België.’

© Harte Van Eynde, Clara Braeckman, Marlies Machielsen & Dorien Ceulemans